1. A PLACE TO BURY STRANGERS | EXPLODING HEAD
Al vanaf de eerste noten van het openingsnummer It Is Nothing is het duidelijk; dit gaat hard worden. Letterlijk (volume) en figuurlijk (vetheid). De titel van de plaat is dan ook perfect gekozen; ik zie mijn hoofd namelijk daadwerkelijk nog eens ontploffen bij het beluisteren van dit album. Na het uitbrengen van hun debuutplaat en de daaruit voortkomende tour werd A Place to Bury Strangers al aangeduid als ‘de luidste band van NY’. Op deze plaat trekken ze het hoge niveau van het debuut door, maar hebben ze iets meer oor voor melodie. Absolute uitschieter Keep Slipping Away vat de plaat eigenlijk samen; geniaal harde noise en melodieus tegelijkertijd. Dat kunnen alleen de allergrootsten.
2. ARCTIC MONKEYS | HUMBUG
De eerste plaat van de Arctic Monkeys is een instant klassieker, de tweede was ook goed en daarom keek men reikhalzend uit naar de derde. Dat werd Humbug. Onder begeleiding van Josh Homme trokken ze de woestijn in om in de persoonlijke studio van Homme deze plaat op te nemen en het resultaat mag er wezen. De eerste twee nummers, My Propeller en Crying Lightning, mogen nu al gerekend worden tot de beste nummers van de Arctic Monkeys en samen met Cornerstone (Morrissey kan met een gerust hart met pensioen na het horen van dit nummer) maakt dit album tot een pracht cd. ‘She was close, and she held me very tightly/ Till I asked awfully politely, please / Can I call you her name?’ zingt Alex Turner in Cornerstone. Alex, als jij dit soort platen blijft afleveren dan mag je me noemen zoals je wilt.
3. DINOSAUR JR. | FARM
Dinosaur Jr. is terug. En hoe. De oude indie rockers nestelen zich met Farm hoog in de lijstjes van beste albums van 2009. En terecht. Dinosaur Jr. klinken anno 2009 iets melodieuzer dan in hun begin tijd, zonder de stekeligheid van weleer te verliezen. Gitaarsolo’s zijn in de muziekwereld vaak niet om aan te horen en werken dan ook vaak op de lachspieren van de luisteraars, maar bij Dinosaur Jr. geloof je het wél. Je hebt het gevoel dat die gitaarsolo’s gespeeld móéten worden, omdat anders het nummer niet compleet is. En met Over It maken ze misschien wel hun meest catchy nummer ooit. Een heerlijke gitaarplaat voor op de dinsdagmiddag met een lekkere Bastogne koek in je waffel. En dan met volle mond mee blèren. Even de bon vivant uithangen. Genieten. Het mag.
4. THE HICKEY UNDERWORLD | THE HICKEY UNDERWORLD
The Hickey Underworld is een band uit het Belgische Antwerpen die in 2006 de Humo Rock Rally won. Nu komen ze dus met hun gelijknamige debuutplaat op de proppen en ik moet bekennen dat ik direct om was. Enige gelijkenissen met Millonaire zijn op zijn plaats, maar The Hickey Underworld klinken net iets meer als jonge honden en dat is fris. En ik houd van fris. Ik heb ze live mogen aanhoren en dan spelen ze nóg harder. Dansen als een bezetene. Dit doe ik nooit, maar op die avond in Desmet Amsterdam was ik niet te houden. Wat krijg je als je de eeuwig voortstuwende drums combineert met heerlijke gitaarriffs en dáároverheen nog de prachtige schreeuwstem van zanger Younes Faltakh gooit? Juist, één van de beste en zaligste rockplaten van de afgelopen jaren. De laatste minuut van het laatste nummer VRMNSMR op de plaat durf ik zelfs te labelen als de beste afsluitende minuut op een plaat die ik sinds tijden heb gehoord. Té geniaal.
Tip: check hier de fantastische clip bij het nummer Blonde Fire.
5. LUCKY FONZ III | A FAMILY LIKE YOURS
Ik ken Lucky Fonz III (oftewel Otto Wichers) al vanaf zijn debuutplaat Lucky Fonz III. Dit album stond vol met kleine en persoonlijke folkliedjes in de stijl van Bob Dylan en Woody Guthrie. Hij hield het graag dicht bij zichzelf. Zo zingt hij bijvoorbeeld in Romance over de bovenste plank van zijn boekenkast en wat hij daar bewaart. Met zijn debuutplaat werd Otto Wichers een artiest om in de gaten te houden.
Op zijn tweede plaat Life is Short werden de liedjes nóg beter (en iets universeler) en dit werd ook opgemerkt door de redactie van het televisieprogramma De Wereld Draait Door. Hij werd een vaak terugkomende artiest en zo groeide zijn fanbase steeds verder.
En nu komt hij met zijn derde plaat met de titel A Family Like Yours. Een plaat die over de gehele linie heel anders is dan zijn voorgaande twee platen. Lucky Fonz III heeft geprobeerd om een popplaat te maken met catchy melodieën. En dat is gelukt. Natuurlijk staan er nog folky nummers op (zoals My Daughter) maar ook fantastische popnummers als The Mermaid of een nummer als The World Wants You to Stay die voorzien is van een heuse stuiterende beat. Door al deze verschillende stijlen zou je als kritiek kunnen hebben dat het album geen coherent geheel vormt. Ik vind het juist getuigen van grote klasse dat Otto Wichers het aan heeft gedurfd om af en toe van de geijkte folk paden te treden. Het laat zien wat hij nog allemaal in zijn mars heeft voor de toekomst. Ik blijf in ieder geval fan.
6. MUMFORD & SONS | SIGH NO MORE
Mijn eindejaarslijstje leek wel zo goed als gevormd zo rond de eerste week van december. Ik had niet meer verwacht dat er nog iets heel erg goeds uit zou komen in deze laatste drie weken van het jaar. Ik had al wel een los liedje gehoord van Mumford & Sons, maar op een gehele plaat zat ik toch niet echt te wachten. Maar de buzz werd groter en groter rond dit bandje en toen moest ik er toch maar aan geloven. En ik kreeg geen spijt. Zanger en componist Marcus Mumford heeft zo op het eind van een jaar met Sigh No More een debuutplaat van jewelste afgeleverd. Noem het folk, noem het bluegrass, noem het zoals je wilt. Of zoals Sven Bersee (alias Edwin Pindahaai) het in zijn recensie noemt: ‘De banjo maakt Mumford & Sons’. De banjo is inderdaad over de gehele plaat te horen. Samen met de componistische kwaliteiten van Marcus Mumford die bijna alle nummers voorziet van fijne refreintjes, melodietjes en koortjes maken van deze plaat een erg goede. Wat ik zo mooi vind is dat dit album zowel de doorgewinterde muziekliefhebber kan bekoren als de net om de hoek kijkende beginneling. Met een ander woord heet dat natuurlijk gewoon kwaliteit.
7. TEAM WILLIAM | TEAM WILLIAM
Deze plaat stond al een tijdje op mijn verlanglijstje, maar het kwam er nooit van dat ik hem daadwerkelijk binnenhaalde. Maar half december was het dan toch zo ver. Net als The Hickey Underworld deden zijn mee met Humo’s Rock Rally alleen deden Team William dat in 2008. Ze werden derde, maar mochten toch op veel festivals spelen. Deze debuutplaat werd geproduceerd door superdrummer Mario Goossens van Triggerfinger. Daarna gaat het snel met de band. In Schotland mogen ze zelfs gehuld in Teletubbie pakken samen op het podium spelen met The Flaming Lips.
De plaat, gewoon Team William genaamd, bestaat uit twaalf nummers waarvan de ene werkelijke briljanter is dan de ander. Team William lijken de juiste ingrediënten gevonden te hebben om perfecte popnummers te schrijven. Ook voor een scheut powerpop draaien ze hun hand/vuist niet om (luister maar naar You Have My Heart, Okay). Je zou ze zelfs af en toe de Belgische variant van Wolf Parade kunnen noemen, qua muziek maar ook qua lyrics. Ook Wolf Parade gebruiken namelijk vaak lichtelijk absurdistische en humoristische teksten. Zo zingt zanger Floris de Decker bijvoorbeeld in Judo Kid het nu al legendarische zinnetje ‘I wish I had a hamster, who sings like the guy in Lambchop’. Ik ben dan direct verkocht.
Team William neerzetten als een pop variant van de Pixies en Wolf Parade zou deze toffe gasten tekort doen. Team William bezitten namelijk de gave om een hele plaat vol met perfecte (power)pop nummers te schrijven en dat kunnen er maar heel weinig. En nu maar hopen dat ze weer snel in Nederland komen optreden. Ik zal erbij zijn!
8. THE VEILS | SUN GANGS
De band met de zanger met de (té?) dunne benen en hoed en de band met de mooiste bassiste ter wereld hebben weer een nieuwe plaat gemaakt, ditmaal met de titel Sun Gangs. We hebben het hier natuurlijk over Finn Andrews en Sophia Burn van The Veils. Ze leveren hier een plaat af die in het verlengde ligt van hun tweede plaat Nux Vomica. Nummers als The House She Lived In zouden zo op hun vorige plaat kunnen staan, maar dat is niet erg. Vrijwel alle The Veils nummers zijn van een dusdanige schoonheid dat je alleen maar heel rustig in een stoel kan gaan zitten om ervan te genieten. Single The Letter zal het live vast ook erg goed doen. Het is een typisch The Veils nummer alleen dat met een poppy refrein. Nouja, poppy is natuurlijk een relatief begrip. Maar voor The Veils begrippen is dit hun popsong.
Natuurlijk, je moet ervan houden die vol met weltschmerz zittende stem van Finn Andrews. Alsof hij ieder moment kan gaan huilen. Ik zou hem groot gelijk geven als hij daadwerkelijk zou gaan huilen. Finn is op z’n mooist als hij huilt. En Sophia, met haar prachtige zwarten lokken, die dan het hoofd van Finn in haar schoot legt om hem daarna met haar hand over zijn hoofd te aaien. Sophia die Finn troost. Hemels.
9. WINNE | WINNE ZONDER STRIJD
De titel Winne Zonder Strijd is een beetje ironisch. Deze plaat kwam namelijk niet zonder slag of stoot tot stand. Zo werd de releasedatum namelijk steeds werd uitgesteld vanwege problemen met de producer. Winne zocht en vond daarna met Concrete een nieuwe producer en zo kon hij toch zijn plaat afmaken. Op zijn Onoverwinnelijk EP uit 2007 stonden allemaal opzwepende nummers die het allemaal goed deden in het live circuit. De nummers op zijn debuutplaat Winne Zonder Strijd zijn vaak een stuk anders. Het zijn vaak meer persoonlijke en rustigere nummers. Winne vertelt op zijn eerste volwaardige album meer persoonlijke verhalen dan dat hij opschept zoals op zijn EP. Zo kan een nummer als Crime Passionel je moeilijk omberoerd laten. Het nummer vertelt het verhaal van Jimi, een tiener die zijn zwangere overspelige vriendin doodschiet en daarna zichzelf. Maar er staan ook minder zware tracks op, zoals bijvoorbeeld Zegevieren (samen met Feis); wat mij betreft het beste nummer van de plaat. Zieke beat, vette tekst en een goed refrein gezonden door Feis. Meer heeft Winne niet nodig om te bevestigen dat hij één van de beste binnenlandse hiphop artiesten van vandaag de dag is.
10. THE xx | XX
En opeens waren ze daar met hun debuutplaat; The xx (met kleine letters alstublieft). De band bestaande uit vier (inmiddels drie) piepjonge mensjes. Romy Madley Croft en Olivier Sim zorgen voor zang en Jamie Smith is de man van de drumcomputer en de beats (gitariste Baria Qureshi is er mee gestopt). Men schaart The xx vaak onder de dreampop of de Nu Gaze (een hedendaagse variant van de Shoegaze).
De plaat opent met Intro en dit brengt je direct in de juiste stemming; een kaal gitaarriedeltje bouwt zich steeds verder op, totdat er handgeklap bij komt om tenslotte af te sluiten met Romy en Olivier die samen een geluid produceren. Daarna volgt VCR en horen we weer een terugkomend gitaarriedeltje waarover Romy en Olivier zingen. De derde track is direct het hoogtepunt van de plaat; Crystalised. Een pareltje die ik zomaar zie uitgroeien tot een klassieker.
The xx hebben ervoor gekozen om de plaat zelf te produceren, omdat zij zelf het beste weten hoe ze het allemaal willen laten klinken. Ze kiezen ervoor om alles zo kaal en kill mogelijk neer te zetten, maar gek genoeg krijg je dáárdoor juist een gevoel van intimiteit en warmte. Erg raar (maar wel en lekker en uniek) gevoel krijg je als je dit debuut hoort. Mijn advies: lekker luisteren als het buiten donker en kill is. En je dan laten verwarmen door de deken die The xx heet.
16 Februari staan ze in de grote zaal van Paradiso en ik ben erbij.
Laatste reacties